Dag 10 - Naar Nouādibou, Mauritanië
Na het sleutelen en de duik in zee gisteren was de dag nog niet om. Nog even de foto’s en de teksten via de BGan satelliet-ontvanger van een collegateam naar onze server in Amsterdam gestuurd en vervolgens naar Dakhla gereden voor het diner. En wat voor diner: een prachtige schaal vol verse vis, inktvis en schaaldieren. Een waar koningsmaal. Na de koffie, die hier natuurlijk ook fantastisch is, via de kapper de markt op om wat lokale kledij aan te schaffen. Zien we er niet geweldig uit
?

Overigens is deze foto vanmorgen voor 7:00u genomen: we moesten op tijd de Audi starten omdat de douane bij Mauritanië - naar het schijnt - na 13:00u niet echt meer opschiet. De rit van Dakhla naar Nouādibou bedraagt zo’n 400km, dus het gas gaat erop.
En route stuiten we na een paar uur rijden op een assistance truck van Krislander (Rally Raids), die verlaten langs de weg staat; in de kreukels. Imposant zo’n schade, veroorzaakt door een klapband. Gelukkig is er een local bij die ingehuurd is om op te passen; we geven hem onze Nutella, water heeft hij genoeg.

Weer een paar uur verder, rond 11:30u, arriveren we zonder dat we er erg in hebben, bij de grens tussen Marokko en Mauritanië; borden langs de weg kennen ze hier niet. Zo mogelijk in een nog lager tempo dan bij de vorige grensovergang doorlopen we weer dezelfde rambam: formuliertje hier, stempeltje daar en controlepost één is gepasseerd.
Vervolgens wordt er van alles bekeken en genoteerd door een groep militairen en kunnen we doorrijden, een stuk niemandsland in. Wij rijden voor de groep uit en de gids raadt ons aan nog iets verder door te rijden en vervolgens op de groep te wachten. Maar de weg wordt steeds slechter en eindigt in een zandpad. Verkeerd ingeschat: de Audi komt op de bodem vast te zitten in het zand.

Al snel zien we de Patrol van 1138 rijden maar helaas: zij zien ons niet. En dan hebben we duidelijk de verkeerde kleding aan om in de woestijn als westerling op te vallen
Dus Bas klimt op het dak van Q om al zwaaiend de aandacht te trekken, maar zonder succes. En dan gebeurt het: bij het afstappen van het dak van de Audi raakt de hiel van Bas de voorruit. KRAK. Niet een scheurtje, maar de volledige rechterkant van de voorruit is een grote barst. LELIJK WOORD!
Nou goed: racetape hebben we genoeg. Jur loopt door het niemandsland richting de doorgaande route en houdt een tweede groep Challengers aan. Twee teams met 4x4’s helpen ons uit het zand en we sluiten aan bij het konvooi.
In colonne passeren we weer een paar controleposten waar de nodige formaliteiten en verzekeringen geregeld worden. De groene kaart is hier niet meer geldig, dus iedereen koopt een aparte verzekering.
Vlak voor Nouādibou een bericht via de 27MC ('bakkie'): een wiellager van de caravan van MG-Racing ligt eruit dus we stoppen even en nemen de kans te baat om rustig wat rond te kijken. De omgeving is dor maar mooi. Op het verlaten spoor passeert ons een trein.

Als we Nouādibou binnenrijden wordt het stil in de auto. Via het bakkie blijven aanwijzingen en route-informatie doorkomen, maar onze aandacht is bij wat we zien: wat een armoede, wat een ontzettend troosteloze bende is het hier.
Om 16:00u arriveren we op Camping Abba, waar Robert en Adriaan bijna schuldig naar ons verhaal luisteren. “Dat we jullie niet gezien hebben!”... De camping is naargeestig: kleine vakjes met strandzand en een grote betonnen muur er omheen.

De geuren die voorbij komen zijn intens en goor. Meerdere teams besluiten een gids in te huren en de benen te nemen; er moet toch een mooier stukje Mauritanië te vinden zijn... Wij besluiten ons bivak op te bouwen. De plannen voor morgen zijn nog onduidelijk.
Index dagboek
Algemeen: in Mauritanië is wel een GSM-netwerk, maar onze telefoons werken hier niet op. We hebben een satelliettelefoon; deze staat aan en is bereikbaar ons normale GSM-nummer.